“Binnen de lijnen” – een publiek kunstproject over de publieke ruimte en publieke zaak in de Haagse Schilderswijk

Op een zonnige woensdag op 1 oktober 2014 verzamelt zich in de vroege middag een groeiend aantal kinderen en hun ouders en begeleiders op het Oranjeplein aan de rand van de Haagse Schilderswijk. Zij staan klaar om samen te werken aan een kleurrijk publiek kunstwerk. Dit kunstwerk wil het thema publieke ruimte zichtbaar en bespreekbaar maken. Het project is bedacht door het medialab LUSTlab uit Den Haag, in samenwerking met The Mobile City en vind plaats in het kader van het onderzoeksproject Publiek Ruimte – Publieke Zaak, in samenwerking met Trancity en DUS architecten.

 

Binnen de Lijnen: een heatmap en discussiestuk over publiek ruimtegebruik

De vraag waarmee The Mobile City aanklopte bij LUSTlab was hoe je door de inzet van nieuwe media het thema publieke ruimte in de Haagse Schilderswijk zichtbaar en bespreekbaar kunt maken, bij voorkeur door de inzet van data. Zo zou er vanuit de nieuwe media een aanvulling gemaakt worden op het onderzoeksproject dat Lenneke Overmaat en Simon Franke vanuit Trancity doen naar de Schilderswijk, een onderzoek met een meer fysiek karakter dat niet zozeer gaat over de rol van (nieuwe) media als publiek domein.
screenshot_ 2014-10-08 at 17.15.41

screenshot_ 2014-10-08 at 17.15.55Het maken van een heatmap (beeld: LUSTlab).

 

Gedurende het R&D traject heeft LUSTlab onder meer de mogelijkheid onderzocht om data die de wijk zelf genereert te gebruiken. Bijvoorbeeld door te kijken naar wat mensen in de buurt zelf op Twitter zeggen (tweets met geotags), of wat zij op Marktplaats.nl zetten (op basis van hun postcode). Er bleek niet veel getweet te worden in de buurt en de inhoud van die tweets was veelal niet erg publicabel. De aangeboden spullen op Marktplaats waren dermate generiek dat ook hiermee weinig unieks over de buurt te vertellen was. Kortom: er moest zelf data gegenereerd worden. Het interessantste en meest kansrijke idee was om een éen-op-éen heatmap – een hittekaart – te maken van de ruimtelijke patronen van bezoekers van het Oranjeplein. Dat werkte als volgt: met behulp van een camera (Go Pro) in vogelvluchtperspectief is gedurende een bepaalde periode (twee uur lang op zondag 28 september) vastgelegd hoeveel mensen er op specifieke plekken bij elkaar zaten binnen het rechthoekige oppervlak van de noord-westzijde van het Oranjeplein. Dit zou eerst met een luchtballon gebeuren maar vanwege harde wind is het met een verhoogd statief gedaan. De beelden van deze camera zijn in de computer ingeladen en met behulp van software is de intensiteit van de bezetting vertaald in een kleurcode. Elk van de 27 kwadranten van 3×3 meter waarin het plein was opgeknipt kreeg een eigen kleurcode. Dit resulteerde dit in een ‘warmtekaart’ met een gradueel verloop tussen de kwadranten. Rood voor de meeste mensen bij elkaar gedurende langere periode, blauw voor heel weinig mensen. De ‘hoogtelijnen’ van deze kaart zijn vervolgens op exacte schaal uitgetekend op precies dezelfde plek op het plein.

 

20141001_122200 20141001_124259Voorbereidingen op 1 oktober 2014 op het Oranjeplein.

 

Op woensdag 1 oktober mochten de kinderen en bezoekers van het plein deze kaart zelf met stoepkrijt inkleuren. Na 13:00 gingen de scholen in de buurt uit en kwamen er steeds meer kinderen het plein op. Rond een uur of 14:30 kwamen er met de begeleiders van een welzijnsorganisatie uit de Schilderswijk nog zo’n 40 nieuwe kinderen bij. Nadat het hele stuk asfalt ingekleurd was, vond een kort gesprek plaats met kinderen en ouderen. Tijdens dit gesprek werd onder meer gevraagd wat dit kunstwerk nu precies moest voorstellen. Een meisje van misschien 12 jaar oud merkte op dat het kleurrijke kunstwerk staat voor de diversiteit en kleurrijke karakter van de wijk. Het thema samenleven blijkt overduidelijk sterk te leven. Jong en oud is zich erg bewust van het belang van omgaan met diversiteit, zo bleek. De kinderen en hun ouders vonden het leuk om mee te doen en waren trots op het mooie resultaat. Enkele citaten van kinderen zoals opgetekend door de verslaggever van City Mondial die de buurtwebsite Schilderswijk.nl beheert:

 

“Ik heb een regenboog getekend van kleuren die met iedereen te maken heeft. We zijn allemaal verschillende mensen met andere interesses.”

“We zien een stukje cultuur. Alle kinderen hebben een eigen smaak en dus ook een eigen lievelingskleur.”

“Ik vond het heel leuk om met elkaar samen te krijten.”

 

 

 

20141001_131553 20141001_133150 20141001_140105

Kinderen kleuren aan “Binnen de lijnen”.

 

Van fysiek naar digitaal en weer terug

Het werk is een dubbele translatie: eerst maakt het de vertaalslag van het fysieke ruimtegebruik van het plein naar een digitale databewerking en vervolgens is deze weer terugvertaald naar een ruimtelijk patroon in de fysieke ruimte. De éen-op-éen schaal van deze fysieke heatmap valt precies samen met het gebied dat het representeert. The map is the territory? Deze data-visualisatie is natuurlijk net zo goed een abstractie van de weerbarstige werkelijkheid maar wel met een knipoog naar de bekende these “the map is not the territory”. De makers van LUSTlab citeren zelf:

 

“What a useful thing a pocket-map is!” I remarked.

“That’s another thing we’ve learned from your Nation,” said Mein Herr, “map-making. But we’ve carried it much further than you. What do you consider the largest map that would be really useful?”

“About six inches to the mile.”

“Only six inches!” exclaimed Mein Herr. “We very soon got to six yards to the mile. Then we tried a hundred yards to the mile. And then came the grandest idea of all! We actually made a map of the country, on the scale of a mile to the mile!”

“Have you used it much?” I enquired.

“It has never been spread out, yet,” said Mein Herr: “the farmers objected: they said it would cover the whole country, and shut out the sunlight! So we now use the country itself, as its own map, and I assure you it does nearly as well.

Lewis Carroll. 1889. Sylvie and Bruno Concluded, p. 169.

Screen Shot 2014-10-02 at 12.26.59 PM

Gezicht van bovenaf op het Oranjeplein (beeld: LUSTlab).

 

Het publieke domein zichtbaar maken: visualiseren en discussiëren

“Binnen de lijnen” stelt de vraag: van wie is het plein eigenlijk? Wie heeft het recht om hier welke activiteiten uit te voeren? Het Oranjeplein is duidelijk stevig in handen van de pleinbeheerders, die heldere eigen regels stellen en kaders hanteren. Zo mogen bijvoorbeeld volwassenen het plein niet gebruiken om al fietsend door te steken, terwijl fietsende kinderen juist ruim baan hebben. Kinderen mogen de speeltoestellen niet op een andere manier gebruiken dan waarvoor ze bedoeld zijn. Daar wordt ook vrij streng op toegezien. Een jongen werd helder verstaan gegeven dat het niet de bedoeling is om te klimmen op de speelhuisjes. Volgens pleinbeheerder Martin die hier naar eigen zeggen al 30 jaar rondloopt was het vroeger nogal onguur op het Oranjeplein, met veel drugsgebruik, prostitutie, overlast en kleine criminaliteit. Dat is nu duidelijk anders. Het is inmiddels een vriendelijk, schoon en goed onderhouden speelplein, een magneet voor de buurt. Zo bezien werkt kaders stellen – ‘kleuren binnen de lijnen’ – positief door in de publieke ruimte.

“Binnen de lijnen” bevraagt eveneens diversiteit en hoe met of langs elkaar heen te leven. Uit gesprekken met buurtbewoners, met de pleinbeheerders en met onderzoekers Lenneke Overmaat en Simon Franke blijkt dat verschillende bevolkingsgroepen weliswaar samenkomen op het plein maar vaak wel elk hun eigen plekje innemen. De Marokkaanse vrouwen zitten aan de ene kant van het beheerdershuisje, de Turkse vrouwen aan de andere kant (het project had de Turkse hoek ingenomen). Dan zijn er nog Antilliaanse, Somalische en Chinese vrouwen die deels op zichzelf blijven maar zich ook door de andere groepen heen bewegen, aldus de pleinbeheerder. Op de dag dat wij het werk maakten was er eveneens een apart klein groepje Tunesische vrouwen dat aangaf vooral onderling contact te hebben. Waar de volwassenen langs elkaar heen binnen hun eigen kaders lijken te bewegen, daar rennen en spelen de kinderen dwars door elkaar heen. Volgens een wat oudere jongen van 14 jaar vertalen de kinderen ook vaak voor hun ouders die soms niet goed Nederlands praten. Op die manier fungeren kinderen als brug tussen de gescheiden werelden van de volwassenen. In dit opzicht betekent binnen de lijnen blijven juist de doodsteek voor het publieke domein. Pas op momenten van elkaar raken en overlap ontstaat het publieke.

 

Screen Shot 2014-10-02 at 12.34.48 PM 20141001_145058

Jong en oud komen samen op het Oranjeplein (beeld onder: LUSTlab).

 

Het publieke domein zichtbaar maken: het publieke als werkwoord

Participatie en zelf doen was een cruciaal onderdeel van dit kunstproject. Het is een manier om mensen samen te brengen, te betrekken bij een plek en zich trots te voelen over het gezamenlijk bereikte resultaat. Zo kan een gedeeld gevoel van ‘eigenaarschap’ bij stedelingen versterkt worden: deze plek is van ons. Cruciale elementen van dit gevoel van eigenaarschap zijn: een groep van verschillende mensen bij elkaar brengen op dezelfde ‘plaats’ (fysiek of online, of beide gelijktijdig) die tezamen een issue benoemen in een proces van onderlinge communicatie en complementair iets doen en tot stand brengen. De gemeenschappelijke positieve energie, het plezier en gevoel van verbinding dat hierbij vrijkomt, is een wezenlijk onderdeel van het publieke domein. Dit affectieve karakter van het publieke domein, de emotionele component, wordt nog wel eens veronachtzaamd in de aandacht die uitgaat naar het waarborgen van het rationele debat en de deliberatieve besluitvorming. Juist de momenten waarop we elkaar raken en geraakt worden door de ander zijn cruciaal voor een gevoel van verbonden zijn.

Zo kunnen we het ‘publieke domein’ veeleer als emergent beschouwen. Het is geen a priori aanwezigheid, al dan niet bedreigd door invloeden van buitenaf zoals digitale media en de vermeende versnippering die hiermee gepaard zou gaan. In plaats van een zelfstandig naamwoord is het publieke een werkwoord. Het publiek(e) is vluchtig, het moet telkens weer opnieuw geconsolideerd worden door middel van publieke activiteiten. De formulering “het publieke domein zichtbaar maken” met de klemtoon op het woord zichtbaar verwijst naar het visualiseren van een normaal gesproken abstract idee. Met de klemtoon op maken verwijst het naar het het scheppen van het publieke domein zelf als een publieke activiteit. Het publieke is een schouwspel maar vooral ook een ‘doespel’. Onderzoekers zoals Erving Goffman en Lyn Lofland wezen al op het theatrale karakter van het publieke domein. Alledaagse interacties hebben het karakter van informationele spelletjes. Mensen proberen bepaalde impressies op elkaar te maken en zijn hierbij zowel toeschouwer en acteur. Sommige dingen willen zij aan elkaar tonen en andere dingen juist verborgen houden. Op plekken achter de schermen voelen zij zich veilig en laten ze hun masker zakken. Andere plekken hebben juist het karakter van een podium waarop mensen zich zeer bewust zijn van hun eigen optreden en dat van anderen. Daarnaast ‘lekken’ mensen altijd onbedoeld informatie over zichzelf doordat ze geen volledige controle hebben over hun eigen optreden. Dat speelt vooral in grote steden waar mensen omringd zijn door onbekenden en zich voortdurend tot elkaar moeten verhouden. Het publieke is zo geen a priori fact maar een emergent effect van deze alledaagse dynamiek.

Binnen de lijnen schept artificiële kaders voor dit alledaagse publiek doespel. Juist het kunstmatige karakter werkt. Het schijnbaar vluchtige of zinloze van de activiteit schept een veilige ruimte die open genoeg is om door iedereen toegeëigend te kunnen worden en tegelijkertijd plek voor de ander te bieden. Zo kan in dit kunstproject het spelkarakter van de publieke ruimte verkend worden en tot uiting komen.

 

20141001_150042

Het kunstwerk is bijna voltooid.

 

Het gebruik van data voor city making

Hoe kan het gebruik van data ons iets leren over de stad? Hoe kan dit ingezet worden in stedelijk ontwerp en beheer? “Binnen de lijnen” verbindt het vogelvluchtperspectief dat we van cartografische representaties gewend zijn met een gezichtspunt vanaf de grond, dankzij de hands-on aanpak waarbij buurtbewoners zelf aan de slag gaan. Zo’n perspectief van boven dat tegelijkertijd een fijn oog heeft voor alledaagse details en bewegingen en de menselijke ervaring ‘op de grond’ doet denken aan het werk van William H. Whyte. In het kader van zijn langlopende Street Life Project maakte hij de filmdocumentaire “The social life of small urban spaces” (1979), waarmee hij de ruimtelijke patronen van stedelingen in publieke plekken van bovenaf vastlegde en analyseerde. Zie bijvoorbeeld http://www.pps.org/reference/wwhyte/ & https://www.youtube.com/watch?v=R6G4B9Z27yA.

 

screenshot_ 2014-10-08 at 16.49.46

Still uit “The social life of small urban spaces” (1979) van William H. Whyte.

“Binnen de lijnen” maakt processen in de stedelijke ruimte die normaal gesproken onzichtbaar blijven publiek. De door LUSTlab ontwikkelde methode biedt inzichten in ruimtelijke gebruikspatronen: welke plekken van het plein zijn populair, welke niet? Hoe komt dat? Het biedt tevens een ingang om ruimtegebruik door diverse groepen te bestuderen. Wie zit waar? Blijven mensen zitten, bewegen ze door of langs elkaar heen? Zo kan het generen, analyseren en visualiseren van data ingezet worden als nieuwe manier van stad maken. Het is een manier om de veelal onzichtbare ‘zachte’ kanten van het leven in de stad in kaart te brengen en dit vervolgens als input en mogelijke ontwerptool te gebruiken. Data zijn dus een nieuwe resource voor stedelijk ontwerpers.

Maar een stad wordt niet alleen gemaakt door ontwerpers of beleidsmakers. Het gebruik van big data (maar net zo goed small data) roept belangrijke vragen op. Van wie zijn die data eigenlijk? Hoe open zijn deze gegevens? Wie heeft het recht om iets met die data te doen? Blijven de data in handen van de bedrijven, overheden en instituties die ze genereren of verzamelen? Of hebben de mensen van wie deze data afkomstig zijn de mogelijkheid om zelf iets met deze gegevens te doen? En hoe kunnen deze data op creatieve zinvolle manieren gebruikt worden om het publieke leven in de stad te versterken? Het project “Binnen de lijnen” heeft geprobeerd om de gegenereerde data van mensen uit de buurt weer ‘terug te geven’ aan de buurt als publiek kunstwerk.

 

Binnen de Lijnen is een project van LUSTlab in samenwerking met The Mobile City, in het kader van het onderzoeksproject Publiek Ruimte – Publieke Zaak.

Met dank aan pleinbeheer Oranjeplein, Stichting Zebra, Simon Franke en Lenneke Overmaat en alle buurtbewoners die mee hebben gedaan.

Zie verder:

Serie blogposts die Lenneke Overmaat en Simon Franke schreven over hun onderzoek in de Schilderswijk.

Verslag op de website van de Schilderswijk.

beeld: LUSTlab en Michiel de Lange

 

Michiel de Lange
Michiel de Lange (1976) is an Assistant Professor in New Media Studies at Utrecht University, researching mobile media and urban culture and identity. He is the co-founder of The Mobile City, an independent research group founded in 2007 that investigates the influence of digital media technologies on urban life and the implications for urban design and policy. Michiel is trained as a cultural anthropologist, and holds a PhD in philosophy (2010) with a dissertation about mobile media technologies and urban identities. He collaborated in a locative media art & science project (www.nomadicmilk.net). He worked for  Kennisland, a Dutch think-tank that aims to strengthen the knowledge-based society. Here he worked on several projects at the intersection of ICTs and the city, e.g. co-organizing the Creative Capital conference. He also volunteered and worked for Cybersoek, a computer neighborhood center in Amsterdam. He is advisor e-culture at Mediafonds. Michiel is on Twitter and LinkedIn.